navigation-menu
Blog

Tijd voor het nieuwe nascholen?


Healthtech maakt tijdens Covid ineens vaart. Niet op alle gebieden, maar door social distancing en de noodzaak om de groeiende druk op de tweede lijn te bedwingen, vindt er momenteel een kleine revolutie in de zorg plaats. De ontwikkeling zit vooralsnog in vooral in de communicatiestructuren, maar het is een welkome en interessante ontwikkeling met mogelijkheden, waaronder een nieuwe vorm van nascholen. In deze interviewreeks delen vijf specialisten hun visie over het onderwerp.

Een van die ontwikkelingen is het meedenkconsult. Stel: een huisarts ziet een patiënt met een complexe pathologie waar hij of zij niet direct een antwoord op heeft. Doorverwijzen naar de specialist? Het hoeft niet meer direct. Via (o.a.) Prisma van healthtech-onderneming Siilo, kan de huisarts een vraag uitzetten in een digitale groep met specialisten. Onder meer op het gebied van oncologie, gynaecologie, orthopedie, interne geneeskunde en neurologie.

Die specialisten bekijken de casus en geven advies op een tijd wanneer het hen uitkomt. Het resultaat? In veel gevallen kan de patiënt zonder doorverwijzing bij de huisarts behandeld worden. De enkele verwijzing die wel doorgaat, is daarmee zonder meer zinvol.

Scherp blijven
Jan Westerink is Internist Vasculair Geneeskundige bij het UMC Utrecht en neemt in die hoedanigheid deel aan het meedenkconsult Prisma. Ten eerste: ik doe dit omdat ik er lol aan beleef. Ten tweede: ik vind het mijn taak om daar waar mogelijk de kennis van de zorg in de eerste lijn te verbeteren, maar ook dat we met minder verwijzingen af kunnen. Tegelijkertijd krijg ik zelf een mooie inzage in de praktijk van de zorg in de eerste lijn, waar ik ook weer van leer. Vanuit diezelfde motivatie geef ik in mijn vrije tijd ook graag nascholing aan huisartsen.’

Door zo’n meedenkconsult blijft je scherp. Zo kijk ik in Prisma onder andere graag mee met Endocrinologen, vooral naar hoe zij denken over schildkliersuppletie en de subtiliteit die daarin zit. Maar ik zie natuurlijk ook collegae welke een net ander advies geven dan ik geef bij andere patiënten. Vaak blijkt dat er meerdere wegen naar Rome zijn. Maar het heeft er ook wel eens voor gezorgd dat ik er echter kwam dat een mantra wat ik vaak gebruik bij supervisie van AIOS nergens op gebaseerd is.

Het is dus effectief. Uit alle meedenkconsulten waarbij ik het afgelopen jaar betrokken was kwam ook maar een enkele verwijzing. En van die specifieke patiënten vond elke specialist in Prisma: Die willen we zien.” Dat is ook belangrijk: we houden niet alles af en ons niet pluis gevoel” over bepaalde patiënten werkt goed, ook in die digitale omgeving.’

Veel verwijzingen zijn echt te voorkomen, mits huisartsen en specialisten ruggespraak kunnen houden. Al zit er nog wel een probleem in de tijdsbesteding versus kosten. Nu doen veel specialisten dit erbij, vanuit die motivatie om de zorg te verbeteren. We zien het als een vorm van nascholing en doen het natuurlijk ook omdat het leuk is. Op de lange termijn – als je regionaal wilt opschalen – moeten hier wel goede afspraken voor komen.

Onderwijspunten
Het meedenkconsult heeft bestaansrecht, maar er moet uiteindelijk iets tegenover komen waardoor het voor de hele keten aantrekkelijk wordt, vindt Jan. En zo kwam ik op dit idee: waarom kennen we hier geen onderwijspunten aan toe. Ik steek er elke keer enorm veel van op en voor mijn collega’s is dat net zo.

Je kunt het ook zo bekijken: het UMC Utrecht is een flinke instelling. Als hier een aantal specialisten deelnemen aan het meedenkconsult heeft dat weinig invloed op onze werkplanning. Nascholingen geven zijn feitelijk onderdeel van het werk vind ik. Maar voor een klein, perifeer ziekenhuis is het veel lastiger om een staflid of AIOS te missen. En als je als service wilt groeien, moet die groei ook in het aantal beschikbare specialisten zitten.’

Prisma zorgt voor een betere selectie aan de poort en kan naast betere zorg in de eerste lijn ook de werkdruk van de ziekenhuizen verminderen. Die wederkerigheid ondervangen maakt dat het over de hele breedte van de zorg aantrekkelijk wordt: juiste kennis op de juiste plaats, en dito voor de patiënt. Minder werkdruk in een ziekenhuis en goede nascholing met punten voor ons. En dan zet je natuurlijk wel zoden aan de dijk.’

Grand Rounds
Een obstakel bij het accreditabel maken van het meedenkconsult is bijvoorbeeld dat je van te voren niet inzichtelijk kunt maken waarover de casus gaat. De casussen komen rechtstreeks uit de praktijk. Dat geeft wrijving met ons nascholingsmodel waarbij de kwaliteit van de lesstof vooraf getoetst moet worden.

Tegelijkertijd kun je het meedenkconsult vergelijken met een regionale avond waarbij specialisten en artsen samen een casus doornemen en aan elkaar vragen: Wat zou jij hier doen?” en dat waar mogelijk onderbouwen met richtlijnen, publicaties of gewoon verstandige inzichten. Of tijdens de NIV-dagen heb je bijvoorbeeld de Grand Rounds” waarbij je een aangeleverde casus met een panel bespreekt – voor de camera. Het panel heeft de casussen natuurlijk vooraf doorgenomen, maar de deelnemende kijkers/​luisteraars krijgen hiervoor wel accreditatiepunten.’

Deelnemers mogen commentaar leveren, ze mogen ook tussen meningen van het panel kiezen: hoe zouden zij het zelf aanpakken? Vergelijk het met klinisch denken, wat ook een discipline in de medische opleiding is. Wat je dan toetst is actieve deelname en aanwezigheid. Er zijn dus bestaande gremia waarin soortgelijke kennisdeling wordt toegepast en geaccrediteerd, en daar ligt wat mij betreft een kans om een acceptabel accreditatiemodel voor het meedenkconsult te vinden.’

In Prisma wisselen momenteel ruim 1000 huisartsen en 160 specialisten uit 37 specialismen kennis uit via 21 teams.


Jan Westerink 07
Prisma zorgt voor een betere selectie aan de poort en kan naast betere zorg in de eerste lijn ook de werkdruk van de ziekenhuizen verminderen.’
Jan Westerink, Internist Vasculair Geneeskundige UMC Utrecht

Onderwijspunten
Het meedenkconsult heeft bestaansrecht, maar er moet uiteindelijk iets tegenover komen waardoor het voor de hele keten aantrekkelijk wordt, vindt Jan. En zo kwam ik op dit idee: waarom kennen we hier geen onderwijspunten aan toe. Ik steek er elke keer enorm veel van op en voor mijn collega’s is dat net zo.

Je kunt het ook zo bekijken: het UMC Utrecht is een flinke instelling. Als hier een aantal specialisten deelnemen aan het meedenkconsult heeft dat weinig invloed op onze werkplanning. Nascholingen geven zijn feitelijk onderdeel van het werk vind ik. Maar voor een klein, perifeer ziekenhuis is het veel lastiger om een staflid of AIOS te missen. En als je als service wilt groeien, moet die groei ook in het aantal beschikbare specialisten zitten.’

Prisma zorgt voor een betere selectie aan de poort en kan naast betere zorg in de eerste lijn ook de werkdruk van de ziekenhuizen verminderen. Die wederkerigheid ondervangen maakt dat het over de hele breedte van de zorg aantrekkelijk wordt: juiste kennis op de juiste plaats, en dito voor de patiënt. Minder werkdruk in een ziekenhuis en goede nascholing met punten voor ons. En dan zet je natuurlijk wel zoden aan de dijk.’

Grand Rounds
Een obstakel bij het accreditabel maken van het meedenkconsult is bijvoorbeeld dat je van te voren niet inzichtelijk kunt maken waarover de casus gaat. De casussen komen rechtstreeks uit de praktijk. Dat geeft wrijving met ons nascholingsmodel waarbij de kwaliteit van de lesstof vooraf getoetst moet worden.

Tegelijkertijd kun je het meedenkconsult vergelijken met een regionale avond waarbij specialisten en artsen samen een casus doornemen en aan elkaar vragen: Wat zou jij hier doen?” en dat waar mogelijk onderbouwen met richtlijnen, publicaties of gewoon verstandige inzichten. Of tijdens de NIV-dagen heb je bijvoorbeeld de Grand Rounds” waarbij je een aangeleverde casus met een panel bespreekt – voor de camera. Het panel heeft de casussen natuurlijk vooraf doorgenomen, maar de deelnemende kijkers/​luisteraars krijgen hiervoor wel accreditatiepunten.’

Deelnemers mogen commentaar leveren, ze mogen ook tussen meningen van het panel kiezen: hoe zouden zij het zelf aanpakken? Vergelijk het met klinisch denken, wat ook een discipline in de medische opleiding is. Wat je dan toetst is actieve deelname en aanwezigheid. Er zijn dus bestaande gremia waarin soortgelijke kennisdeling wordt toegepast en geaccrediteerd, en daar ligt wat mij betreft een kans om een acceptabel accreditatiemodel voor het meedenkconsult te vinden.’

In Prisma wisselen momenteel ruim 1000 huisartsen en 160 specialisten uit 37 specialismen kennis uit via 21 teams.